© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 8.1 - Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren
                            van bouw- en sloopwerkzaamheden

Doel

De procedurele voorschriften hebben tot doel om het bevoegd gezag de mogelijkheid te geven te controleren of wordt gebouwd of gesloopt overeenkomstig de verleende vergunning dan wel overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften.

De inhoudelijke voorschriften hebben tot doel om de kans dat als gevolg van bouwen of slopen voor de omgeving een onveilige of ongezonde situatie of nadelige hinder kan ontstaan tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Bepalingsmethode


Terminologie & afkortingen

  • akoestisch onderzoek: onderzoek naar de mate van overschrijding van de grenswaarden die gelden voor geluidhinder dat kan optreden als gevolg van het bouwen of slopen;
  • beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschrift een bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan (artikel 1:3, lid 4, Algemene wet bestuursrecht);
  • bouwen: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen,veranderen of vergroten van een bouwwerk;
  • bouwveiligheidsplan: een document waarin is aangegeven op welke wijze de veiligheid voor de omgeving vaneen bouwterrein wordt gewaarborgd.
  • dagwaarde: de waarde van het landtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) tussen 07.00 uur en 19.00 uur bepaald volgens de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’;
  • geluidhinder: lawaai als gevolg van het in trilling brengen van lucht (frequentie ongeveer tussen 20 Hz en 20 kHz);
  • geluidsgevoelige ruimte: een in artikel 1 van de Wet geluidhinder genoemde ruimte binnen een woning, zijnde:
    -  een verblijfsruimte die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd; en
    -  een keuken met een vloeroppervlakte ≥ 11 m²;
  • geluidsgevoelig gebouw: een woning en een in artikel 1.2, lid 1, van het Besluit geluidhinder genoemd onder ander geluidsgevoelig gebouw (onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, psychiatrische inrichting en kinderdagverblijf), waarbij is bepaald dat het bij een ander geluidsgevoelig gebouw dan een woning, uitsluitend gaat om de volgende in die gebouwen gelegen verblijfsruimten:
    -  leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen;
    -  onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
    -  onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- een slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;
    -  theorievaklokalen van onderwijsgebouwen;
    -  ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
  • geluidsgevoelig terrein: een in artikel 1.2, lid 3, van het Besluit geluidhinder aangewezen terrein, zijnde:
    -  een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingswet, en
    -  een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen;
  • sloopveiligheidsplan: een document waarin is aangegeven op welke wijze de veiligheid voor de omgeving van een sloopterrein wordt gewaarborgd;
  • slopen: geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk;
  • trillingshinder: hinderlijke voelbare bewegingen als gevolg van het in trilling brengen van een constructieonderdeel anders dab door luchttrillingen, bijvoorbeeld door een pneumatische breekhamer (frequentie ongeveer tussen 1 Hz en 80 Hz);
  • trillingsonderzoek: onderzoek naar de mate van overschrijding van de grenswaarden die gelden voor trillingshinder dat kan optreden als gevolg van het bouwen of slopen.

Samenhang met andere artikelen


Artikel 8.1 - Aansturingsartikel

toelichting

toelichting -

Lid 1

De uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.

toelichting

Artikel 8.6 - Grondwaterstand

toelichting


Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen.

protocol

Artikel 8.5 - Stofhinder

toelichting


Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen.

protocol

Artikel 8.2 - Veiligheid in de omgeving

toelichting


Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van:

  • letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen;
  • letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en
  • beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.

protocol

Artikel 8.3 - Geluidhinder

toelichting

Lid 1

Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd.

protocol

Lid 2

Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden.

protocol

Lid 3

Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken.

protocol

Lid 4

Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden.

protocol

Artikel 8.4 - Trillingshinder

toelichting

Lid 1

Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen' 2006.

protocol

Lid 2

Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid.

protocol

Artikel 8.7 - Veiligheidsplan


De op grond van de artikelen 8.2 tot en met 8.6 te treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een veiligheidsplan. Het plan bevat ter beoordeling door het bevoegd gezag:

  • ten minste een tekening waaruit de bouw- of sloopplaatsinrichting blijkt met:
    -  de toegang tot de bouw- of sloopplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouw- of sloopplaats;
    -  de ligging van het perceel waarop gebouwd of gesloopt wordt en de omliggende wegen en bouwwerken;
    -  de situering van het te bouwen of te slopen bouwwerk;
    -  de aan- en afvoerwegen;
    -  de laad-, los- en hijszones;
    -  de plaats van bouwketen;
    -  de in of op de bodem van het perceel aanwezige leidingen;
    -  de plaats van machines, werktuigen en ander hulpmaterieel en opslag van materialen;
    -  de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen;
  • gegevens en bescheiden over de toe te passen bouw- of sloopmethodiek en de toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij de bouw- of sloopwerkzaamheden;
  • indien een bouwput wordt gemaakt:
    -  de hoofdopzet van de verticale bouwputafscheiding en de bouwputbodem;
    -  de uitgangspunten voor een bemalingsplan;
    -  de uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van schade aan naburige bouwwerken;
  • een rapport van een akoestisch onderzoek, indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt dan de waarden, bedoeld in artikel 8.3, tweede en derde lid, of indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels als bedoeld in artikel 8.3, vierde lid;
  • een rapport van een trillingenonderzoek, indien aannemelijk is dat het uitvoeren van de bouw- of sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte bedoeld in artikel 8.4, eerste lid.

protocol