© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 7.2 - Veilig vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

De kans dat als gevolg van het gebruik van een bouwwerk niet meer veilig kan worden gevlucht tot een aanvaardbaar minimum beperken.

Bepalingsmethode

Terminologie & afkortingen

  • aankleding: een in een bouwwerk aanwezig onderdeel dat geen constructieonderdeel of een installatie van dat bouwwerk is en dient ter verfraaiing, zoals gordijnen, wandafwerking, vloerbedekking en versiering (bijvoorbeeld slingers);
  • inrichtingselement: speciaal element van de inventaris, waartoe losse stands, kramen, schappen, podia en dergelijke worden gerekend;
  • inventaris: in een bouwwerk aanwezige elementen, anders dan opslag- of gebruiksgoederen, die geen onderdeel zijn van het bouwwerk zoals meubilair en inrichtingselementen;
  • restrisico: niet aanvaardbaar risico dat niet is afgedekt door een krachtens het Bouwbesluit 2012 of de Wet milieubeheer gegeven voorschriften;
  • sleutel:een middel waarmee een deurslot geopend kan worden (dit kan ook een magneetkaart of zelfs een irisscan zijn);
  • zitplaats: een meubel of deel van een meubel bestemd voor één persoon om op te zitten, zoals een stoel, een deel van een bank of een kruk.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.4 - Overbrugging van hoogteverschillen
Wanneer moet een hoogteverschil worden overbrugd met een vaste voorziening.

Afdeling 2.5 - Trap
Een trap die op grond van afdeling 2.4 niet vereist is, hoeft niet te voldoen aan de voorschriften van afdeling 2.5.

Afdeling 2.6 - Hellingbaan
Een hellingbaan dient veilig begaanbaar en integraal bruikbaar te zijn.

Afdeling 2.12 - Vluchtroutes
Vluchten vanuit een ruimte waarvan het kenmerkende gebruik is verbonden met de aanwezigheid van personen.

Afdeling 6.6 - Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het ontvluchten bij brand.

Artikel 7.11 - Aansturingsartikel

tabel 7.11 - toelichting

tabel 7.11 - toelichting -

Lid 1

Het gebruik van een bouwwerk is zodanig dat bij brand veilig kan worden gevlucht.


Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.11 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.


Artikel 7.13 - Opstelling zitplaatsen en verdere inrichting

toelichting

Lid 1

De inrichting van een ruimte is zodanig dat:

  • voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 m² vloeroppervlakte beschikbaar is;
  • voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 m² vloeroppervlakte beschikbaar is, indien geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang;
  • voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 m² vloeroppervlakte beschikbaar is, indien inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang.

Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaan van de vloeroppervlakte aan verblijfsruimte na aftrek van de oppervlakte van de inventaris.

protocol

Lid 2

In een ruimte met meer dan 100 zitplaatsen zijn de zitplaatsen gekoppeld of aan de vloer bevestigd, zodanig dat deze niet kunnen verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang, voor zover die zitplaatsen in meer dan 4 rijen van meer dan 4 stoelen zijn opgesteld.

protocol

Lid 3

Bij in rijen opgestelde zitplaatsen is tussen de rijen een vrije ruimte aanwezig met een breedte van ten minste 0,4 m, gemeten tussen de loodlijnen op de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen.

protocol

Lid 4

Indien in een rij als bedoeld in het derde lid tussen de zitplaatsen een tafel is geplaatst, bevindt deze zich niet in de vrije ruimte, bedoeld in dat lid.

protocol

Lid 5

Een rij zitplaatsen die slechts aan een einde op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft niet meer dan 8 zitplaatsen.

protocol

Lid 6

Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft ten hoogste:

  • 6 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, niet groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is;
  • 2 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is;
  • 0 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 1,1 m is.

protocol

Artikel 7.16 - Restrisico veilig vluchten bij brand

toelichting


Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:

  • melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;
  • het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of
  • het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.

protocol

Artikel 7.14 - Gangpaden

toelichting

Lid 1

Gangpaden tussen stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen in een voor publiek toegankelijke ruimte zijn ten minste 1,1 m breed.

protocol

Lid 2

Voor een uitgang in een ruimte als bedoeld in het eerste lid is een vrije vloeroppervlakte met een lengte en een breedte van ten minste de breedte van deze uitgang.

protocol

Artikel 7.12 - Deuren in vluchtroutes

toelichting

Lid 1

Een deur op een vluchtroute is bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend gesloten indien die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend

protocol

Lid 2

In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen als bedoeld in artikel 6.25, zevende lid, tijdens het vluchten met een sleutel over de ten minste vereiste breedte worden geopend, mits de inrichting, het gebruik en de organisatie zodanig zijn dat het in het met artikel 7.11 beoogde brandveiligheidsniveau is gewaarborgd.

protocol

Lid 3

Het eerste lid geldt niet voor een niet-gemeenschappelijke vluchtroute.

protocol

Lid 4

Het eerste lid geldt niet voor een vluchtroute in een logiesverblijf.

protocol

Lid 5

In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute in een tunnel worden ontgrendeld met een automatische ontgrendeling.

protocol

Artikel 7.15 - Beperking van gevaar voor letsel

toelichting

Lid 1

Tegen of onder het plafond aangebracht glas is veiligheidsglas of glas voorzien van een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 0,016 m.

protocol

Lid 2

Textiel, folie of papier in horizontale toepassing is onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 m, of metaaldraad in twee richtingen met een maximale maaswijdte van 0,7 m.

protocol

Lid 3

Aankleding in een besloten ruimte mag bij brand geen druppelvorming geven boven een gedeelte van een vloer bestemd voor gebruik door personen.

protocol

Lid 4

Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte.

protocol

Lid 5

Het eerste tot en met derde lid gelden niet in een logiesverblijf.

protocol

Artikel 7.11a - Hulp bij ontruiming bij brand

toelichting

Lid 1

In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen.

protocol

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep, als bedoeld in bijlage I.

protocol