© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.9 - Aanvullende regels tunnelveiligheid, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het aanwezig zijn van voorzieningen in een wegtunnel met een tunnellengte > 250 m zodat de veiligheid van het wegverkeer voldoende is verzekerd.

Bepalingsmethode


Terminologie & afkortingen

  • bedieningscentrale: centrale met voorzieningen om voorvallen te detecteren, installaties te bedienen en met tunnelgebruikers en hulpverleningsdiensten te communiceren;
  • hulppost: in een wegtunnel aangebrachte kleine ruimte (doorgaans een nis in de tunnelwand) voorzien van blusmiddelen, een communicatievoorziening en een stroomvoorziening;
  • hulpverleningsdienst: brandweer, politie en ambulancedienst;
  • rijbaan: elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets-bromfietspaden (artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens);
  • rijstrook: een met doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken;
  • voorziening voor noodstroom: een vast opgestelde voorziening die (overeenkomstig 351 van NEN 1010) bestaat uit:
    -  een oplaadbare batterij;
    -  een brandstofcelsysteem;
    -  een generator die onafhankelijk is van de normale energievoorziening; of
    -  een afzonderlijke voedingsleiding, aangesloten op een net dat voldoende onafhankelijk is van de normale energievoorziening (dit mag een preferente stroomketen zijn);
  • wegtunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk, uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, met uitzondering van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van die wet.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.17 - Hulpverlening bij brand
De veiligheid van het verkeer als gevolg van de uitvoering van wegtunnels waarborgen.

Artikel 6.41 - Aansturingsartikel

toelichting

toelichting -

Lid 1

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd.


Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.


Artikel 6.44 - Afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen

toelichting

Lid 1

Een te bouwen wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen, in een rijbaanvloer ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting van de tunnelbuis, een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen.

protocol

Lid 2

Een bestaande wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen.

protocol

Artikel 6.45 - Verkeerstechnische aspecten tunnelbuis

toelichting

Lid 1

Een op een wegtunnelbuis aansluitende rijbaan heeft een zelfde aantal rijstroken als de rijbaan in de wegtunnelbuis. Een eventuele wijziging van het aantal rijstroken buiten de tunnelbuis vindt op zodanige afstand van de tunnelbuis plaats dat geen onrustige verkeersbewegingen in de tunnelbuis door die wijziging kunnen optreden.

protocol

Lid 2

In een wegtunnelbuis is geen tweerichtingsverkeer toegestaan.

protocol

Lid 3

In afwijking van het tweede lid is tweerichtingsverkeer toegestaan indien is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven.

protocol

Lid 4

Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer, is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur.

protocol

Artikel 6.46 - Communicatievoorzieningen

toelichting

Lid 1

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening:

  • waarmee door luidsprekers mededelingen kunnen worden gedaan aan personen op elke rijbaan en vluchtroute;
  • voor heruitzending van radiosignalen in elke wegtunnelbuis, en
  • om radio-uitzendingen te kunnen onderbreken om mededelingen te doen.

protocol

Lid 2

Mededelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, worden ten minste in het Nederlands en het Engels gedaan.

protocol

Artikel 6.47 - Aansluiting op noodstroomvoorziening

toelichting


De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in een wegtunnel, die voor het functioneren zijn aangewezen op een voorziening voor elektriciteit, zijn aangesloten op een voorziening die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten de werking van die voorzieningen, systemen en installaties zeker stelt.

protocol

Artikel 6.43 - Bedieningscentrale

toelichting


Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand.

protocol

Artikel 6.42 - Uitrusting hulppost

toelichting


Een hulppost als bedoeld in artikel 2.122 heeft een noodtelefoon en een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt.

protocol