© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.8 - Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het zodanig bereikbaar zijn van een bouwwerk door hulpverleningsdiensten dat bij brand tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en zo nodig hulpverlening kan worden geboden.

Bepalingsmethode

NEN 6090

Terminologie & afkortingen

  • bluswatervoorziening: voorziening van voldoende capaciteit en bereikbaarheid voor de bestrijding van brand door de brandweer; dit is in beginsel een openbare bluswatervoorziening (brandkraan, aangesloten op het openbare waterleidingnet, of oppervlaktewater), maar kan ook eventueel in aanvulling, een bluswatervoorziening op het eigen perceel (put of oppervlaktewater) zijn;
  • brandmeldinstallatie (BMI): samenstel van apparatuur, leidingen en toebehoren, nodig voor het ontdekken van brand, het melden van brand en het geven van stuursignalen ten behoeve van andere installaties;
  • brandweeringang: een ingang die door de brandweer gebruikt wordt om een gebouw te betreden bij een brandmelding; deze kan worden geopend met behulp van een bij de brandweer in gebruik zijnde sleutelbuis of sleutelkluissysteem, dan wel automatisch bij een brandmelding; vaak is de brandweeringang ook voorzien van een flitslicht;
  • brandweerlift: een lift, in de eerste plaats geïnstalleerd voor regulier gebruik, die om ook geschikt te zijn voor gebruik onder directe leiding van de brandweer beschikt over:
    -  een aanvullende bescherming;
    -  een aanvullende bediening;
    -  een aanvullende signalering;
  • C2000-systeem: een gesloten netwerk dat is gebaseerd op de wereldwijde TETRA-standaard (vergelijkbaar met GSM voor mobiele telefonie);
  • DMO: Direct Mode Operation: in DMO (directe communicatie tussen portofoons onderling) is communicatie tussen de hulpverleners onderling altijd mogelijk zonder dat gebruik gemaakt wordt van het netwerk en dus onafhankelijk van dekking; in DMO is binnenshuis communicatie tussen hulpverleners binnen en buiten het gebouw mogelijk; hiervoor zijn geen extra investeringen nodig, omdat deze functionaliteit door de TETRA-randapparaten wordt geboden;
  • DMO-TMO-gateway: een vast in een voertuig ingebouwde mobilofoon die enerzijds in TMO via het netwerk communicatie mogelijk maakt met bijvoorbeeld de centrale post of de meldkamer en, anderzijds, in DMO communiceert met de DMO-portofoons op locatie;
  • doormelding: automatisch doorgeven van een alarmmelding vanuit een BMI naar een ontvangststation voor doormelding van brand van de RAC van de brandweer;
  • hulpverleningsdienst: brandweer, politie en ambulancedienst;
  • lift: lift als bedoeld in artikel 1 van het Warenwetbesluit liften bestemd voor personen;
  • mobiele radiocommunicatie: een ten behoeve van hulpverleningsdiensten aanwezig communicatiesysteem (doorgaans een C2000-systeem), waarmee bij een calamiteit een adequate communicatie tussen publieke hulpverleners aanwezig kan zijn;
  • opstelplaats voor een brandweervoertuig: veilige; doelmatige en goed bereikbare plaats voor een brandweervoertuig van waaruit de inzet kan plaatsvinden;
  • permanente vuurbelasting: de volgens NEN 6068 bepaalde totale verbrandingswaarde van het brandbare materiaal in constructieonderdelen dat zich in een brandcompartiment of gebouw bevindt, of het compartiment of gebouw begrenst, gedeeld door de gebruiksoppervlakte van het compartiment of het gebouw; hierbij mogen niet-dragende binnenwanden in verblijfsgebieden buiten beschouwing blijven;
  • SCL: Special Coverage Locations;
  • tegen brand beschermde hal: hal voor de toegang van een brandweerlift waardoor een extra beschermde vluchtroute voert (dus niet in een brandcompartiment ligt) en waarvandaan de hoger gelegen toegang van een brandweerlift kan worden bereikt, via ruimten (doorgaans het trappenhuis en de hoger gelegen extra beschermde hal) waardoor een extra beschermde vluchtroute voert;
  • TETRA: Terrestrial Trunked Radio;
  • TMO: Trunked Mode Operation;
  • vuurbelasting: de permanente + variabele vuurbelasting; dit is de totale verbrandingswaarde van het brandbare materiaal in constructieonderdelen, afbouw, inrichting en opslag dat zich in een brandcompartiment of gebouw bevindt, of het compartiment of gebouw begrenst, gedeeld door de gebruiksoppervlakte van het compartiment of het gebouw;
  • wegtunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.13 - Hulpverlening bij brand
De kans dat gebruikers bij brand niet op eigen kracht een veilige plaats bereiken tot een aanvaardbaar minimum beperken.

Afdeling 4.4 - Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw
Het voldoende bereikbaar en (integraal) toegankelijk zijn van ruimten in een gebouw.

Afdeling 4.7 - Opstelplaatsen
De plaats voor een aanrecht, een kooktoestel, een verwarmingstoestel of een warmwatertoestel.

Afdeling 6.5 - Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het tijdig ontdekken van brand zodat veilig vluchten mogelijk is.

Afdeling 6.7 - Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het aanwezig zijn van voorzieningen om de brand te bestrijden.

Artikel 6.35 - Aansturingsartikel

tabel 6.35 - toelichting

tabel 6.35 - toelichting -

Lid 1

Een bouwwerk is zodanig bereikbaar voor hulpverleningsdiensten dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en hulpverlening kan worden geboden.


Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.35 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.


Artikel 6.36 - Brandweeringang

toelichting

Lid 1

Een bouwwerk voor het verblijven van personen heeft een brandweeringang. Dit geldt niet indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist.

protocol

Lid 2

Indien een bouwwerk dat op grond van het eerste lid een brandweeringang moet hebben meerdere toegangen heeft, worden in overleg met de brandweer een of meer van die toegangen als brandweeringang aangewezen.

protocol

Lid 3

In een bouwwerk met een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.

protocol

Artikel 6.37 - Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten

toelichting

Lid 1

Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

protocol

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing:

  • op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090;
  • op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m²;
  • op een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090;
  • indien de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 meter van een openbare weg ligt, of
  • indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid vereist.

protocol

Lid 3

Tenzij het bestemmingsplan of een gemeentelijke verordening anderszins bepaalt heeft een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid:

  • een breedte van ten minste 4,5 meter;
  • een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;
  • een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter, en
  • een doeltreffende afwatering.

protocol

Lid 4

Een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid is over de in het derde lid voorgeschreven hoogte en breedte vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

protocol

Lid 5

Hekwerken die een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.

protocol

Artikel 6.38 - Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

toelichting

Lid 1

Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

protocol

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing:

  • op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090;
  • op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m²;
  • een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090, of
  • indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen opstelplaatsen als bedoeld in het eerste lid vereist.

protocol

Lid 3

De afstand tussen een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m.

protocol

Lid 4

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld in het eerste lid is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in artikel 6.37, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

protocol

Lid 5

Hekwerken die een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.

protocol

Artikel 6.40 - Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten

toelichting

Lid 1

Een voor grote aantallen bezoekers bestemd bouwwerk waarbij het goed functioneren van hulpverleningsdiensten afhankelijk is van mobiele radiocommunicatie heeft indien dat voor die communicatie nodig is een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten dat bouwwerk.

protocol

Lid 2

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel.

protocol

Artikel 6.39 - Brandweerlift

toelichting


Een te bouwen gebouw waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 m boven het meetniveau heeft een brandweerlift.

protocol