© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.6 - Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het goed laten verlopen van een eventuele ontvluchting bij brand.

Bepalingsmethode

NEN-EN 1125 en NEN-EN 1838

Terminologie & afkortingen

  • CCV: Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (zie www.hetccv.nl);
  • kamergewijze verhuur (woonfunctie voor): niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich vijf of meer wooneenheden bevinden;
  • ontruimingsalarminstallatie (0Al): samenstel van apparatuur, leidingen en toebehoren, nodig voor het geven van een ontruimingssignaal;
  • ontruimingsplan: een plan waarin is aangegeven op welke wijze ervoor wordt gezorgd dat in geval van brand iedereen direct op de hoogte is van zijn taak en daarvoor voldoende is getraind;
  • RAC: Regionale alarmcentrale;
  • RAL: door het RAL Deutsches Institut für Gütesicherung und Kenzeichnung gestandaardiseerde kleurcode;
  • sleutel: een middel waarmee een deurslot geopend kan worden (dit kan ook een magneetkaart of zelfs een irisscan zijn);
  • vluchtrouteaanduiding: een aanduiding, gekenmerkt door bepaalde beeldkentekens en kleuren, voor het kunnen verlaten van een bouwwerk;
  • zelfsluitend: een voorziening voor een constructieonderdeel, zoals een deur, een beweegbaar raam of een luik, die en/oor zorgt dat het desbetreffende constructieonderdeel na gebruik de opening weer afsluit.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.10 - Beperking van uitbreiding van brand
Bij een eventuele brand de kans tot ernstige gevolgen tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Afdeling 6.1 - Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw
Het veilig gebruiken en verlaten van een besloten ruimte en een wegtunnelbuis.

Afdeling 6.5 - Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het tijdig ontdekken van brand zodat veilig vluchten mogelijk is.

Afdeling 7.2 - Veilig vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het vluchten als gevolg van het gebruik van een bouwwerk zo groot mogelijk maken.

Artikel 6.22 - Aansturingsartikel

tabel 6.22 - toelichting

tabel 6.22 - toelichting -

Lid 1

Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat het ontvluchten goed kan verlopen.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.22 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften.

Artikel 6.23 - Ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan

toelichting

Lid 1

Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575.

protocol

Lid 2

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het ontruimingssignaal van de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie.

protocol

Lid 3

Het beheer en de controle van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid voldoen aan NEN 2654-2.

protocol

Lid 4

Een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zesde lid, van toepassing is, heeft een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties.

protocol

Lid 5

Het onderhoud van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zevende lid, van toepassing is, voldoet aan NEN 2654-2.

protocol

Lid 6

Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 heeft een ontruimingsplan.

protocol

Artikel 6.26 - Zelfsluitende deuren

toelichting

Lid 1

Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend.

protocol

Lid 2

Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang.

protocol

Lid 3

Het eerste lid geldt niet voor een deur van een cel.

protocol

Lid 4

Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gezamenlijke doorgang.

protocol

Artikel 6.24 - Vluchtrouteaanduidingen

toelichting

Lid 1

Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet bij een te bouwen bouwwerk aan NEN 3011 of been bestaand bouwwerk aan NEN 6088, en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.

protocol

Lid 2

Een wegtunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen twee vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 meter, gemeten langs de tunnelwand.

protocol

Lid 3

Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats.

protocol

Lid 4

Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de zichtbaarheidseisen bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.

protocol

Lid 5

Op een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste lid gelegen op een vluchtroute vanuit een ruimte met een verlichtingsinstallatie niet zijnde noodverlichting als bedoeld in artikel 6.3, zijn bij het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit de in het eerste lid bedoelde zichtbaarheidseisen niet van toepassing.

protocol

Lid 6

Een deur in een tunnel die toegang geeft tot een beschermde route als bedoeld in afdeling 2.12 is uitgevoerd in de kleur groen, RAL 6024.

protocol

Lid 7

Bij een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het tweede lid is goed zichtbaar aangegeven de loopafstand in twee richtingen tot het einde van de tunnelbuis of, indien die loopafstand korter is, de loopafstand tot de meest nabije toegang als bedoeld in het zesde lid.

protocol

Artikel 6.25 - Deuren in vluchtroutes

toelichting

Lid 1

Een deur op een gemeenschappelijke vluchtroute die toegang geeft tot een trappenhuis van een te bouwen woongebouw draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.

protocol

Lid 2

Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan in de vluchtrichting worden geopend:

  • door een lichte druk tegen de deur, of
  • met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of aan NEN-EN 1125.

protocol

Lid 3

Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen.

protocol

Lid 4

Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn.

protocol

Lid 5

Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.

protocol

Lid 6

Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door:

  • een lichte druk tegen de deur, of
  • een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125.

protocol

Lid 7

Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend.

protocol

Lid 8

Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren.

protocol

Lid 9

Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn.

protocol

Lid 10

Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift 'nooddeur vrijhouden' of 'nooduitgang' aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011.

protocol

Lid 11

Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van het derde lid.

protocol