© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.5 - Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het zodanig tijdig ontdekken van brand dat de kans op het nog veilig kunnen vluchten voldoende groot is.

Bepalingsmethode

NEN 2535:2010, NEN 2535:1996, NEN 2555:2008, NEN 2555:2006, NEN 2654-1 en NEN 6068

Terminologie & afkortingen

  • brandmeldinstallatie (BMI): samenstel van apparatuur, leidingen en toebehoren, nodig voor het ontdekken van brand, het melden van brand en het geven van stuursignalen ten behoeve van andere installaties;
  • CCV: Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (zie www.hetccv.nl);
  • doormelding: automatisch doorgeven van een alarmmelding vanuit een BMI naar een ontvangststation voor doormelding van brand van de RAC van de brandweer;
  • gebruiksfuncties van dezelfde soort: twee of meer dezelfde gebruiksfuncties die bij de toepassing van een voorschrift worden betrokken;
  • groepszorgwoning: een woning die bestemd is voor:
    -  bewoning in groepsverband; en
    -  het aanbieden van zorg aan ten minste vijf zorgcliënten die samen één huishouding voeren;
  • kamergewijze verhuur (woonfunctie voor): niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich vijf of meer wooneenheden bevinden;
  • RAC: regionale alarmcentrale;
  • rookmelder: detectieapparaat dat werkt op het optische meetprincipe en, met uitzondering van de primaire energiebron, in één behuizing alle componenten bevat die noodzakelijk zijn voor het detecteren van in de lucht zwevende verbrandings- of pyrilitische producten (aerosol) en voor het afgeven van een akoestisch alarmsignaal;
  • 24-uurszorg: zorg die voortdurend nabij en zo nodig direct aanwezig is;
  • zorgcentrale: centrale die door spreek-luisterverbinding in contact staat met een woning of wooneenheid;
  • zorgclusterwoning: een woning die:
    -  bestemd is voor zelfstandige bewoning (dus geen groepszorgwoning);
    -  bestemd is voor het aanbieden van zorg aan ten minste één zorgcliënt, al dan niet met een partner of gezin; en
    -  in de directe nabijheid van ten minste vier andere woningen met een soortgelijk zorgaanbod is gelegen;
  • zorg op afroep: niet-planbare zorg waarvan het tijdstip afhankelijk is van wens of noodzaak (bijvoorbeeld hulp bij toiletbezoek), die dagelijks wordt verleend op een signaal van cliënt of partner, via een vaste verbinding naar een zorgcentrale;
  • zorg op afspraak: planbare zorg, waaronder welzijnszorg, huishoudelijke verzorging en een groot deel van de persoonlijke verzorging, verpleging en behandeling;
  • zusterpost: een in de directe nabijheid van bewoners gelegen post die 24 uur per dag bereikbaar is en van waaruit 24 uur per dag directe hulp aan bewoners kan worden verleend.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 6.6 - Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het ontvluchten bij brand.

Afdeling 6.8 - Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw
Bereikbaarheid door hulpverleningsdiensten.

Artikel 6.19 - Aansturingsartikel

tabel 6.19 - toelichting

tabel 6.19 - toelichting -

Lid 1

Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat brand tijdig kan worden ontdekt zodat veilig kan worden gevlucht.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.19 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Artikel 6.20 - Brandmeldinstallatie

toelichting

Lid 1

Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien:

  • de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde;
  • de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlage aangegeven grenswaarde, of
  • deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld.

protocol

Lid 2

Een brandcompartiment waarin een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in het eerste lid ligt, heeft een brandmeldinstallatie met een zelfde omvang van de bewaking en doormelding als die gebruiksfunctie.

protocol

Lid 3

Een doormelding als bedoeld in het eerste lid vindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer.

protocol

Lid 4

Bij een woonfunctie voor zorg met zorg op afroep in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt rechtstreekse melding naar een zorgcentrale plaats. Bij 24-uurszorg in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt deze melding naar een zusterpost plaats.

protocol

Lid 5

Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien:

  • de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is;
  • de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m² is, of
  • het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is.

protocol

Lid 6

In de in bijlage I bij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties.

protocol

Lid 7

Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1.

protocol

Lid 8

Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie voldoen aan NEN 2654-1.

protocol

Lid 9

Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien boven de in bijlage I bedoelde hoogste vloer niet meer dan 6 opstelplaatsen voor bedden voor kinderen zijn.

protocol

Artikel 6.21 - Rookmelders

toelichting

Lid 1

Bij een te bouwen woonfunctie en bij functiewijziging naar een woonfunctie heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20.

protocol

Lid 2

Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20.

protocol

Lid 3

Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een verblijfsruimte in een wooneenheid indien elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten.

protocol

Lid 4

Een verblijfsruimte en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van het gebouw hebben een of meer rookmelders die voldoen aan de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20.

protocol

Lid 5

Het vierde lid is niet van toepassing op een bestaande logiesfunctie.

protocol