© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.12 - Veilig onderhoud gebouwen, nieuwbouw

Doel

Een gebouw zodanig maken dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd.

Bepalingsmethode


Terminologie & afkortingen

  • atrium: binnenruimte in een gebouw doorgaand over meer dan een bouwlaag (verdieping), aan meerdere zijden omsloten door andere ruimten en eventueel (een deel van) een buitengevel, afgedekt met een dak, doorgaans geheel of gedeeltelijk bestaand uit glas;
  • binnenkant gebouw: hier worden de verschillende onderdelen bedoeld waar naar gekeken moet worden, te weten: atrium, glazen liftschacht, trappenhuizen;
  • buitenkant gevel: de buitenkant van de gevel is het raakvlak van deze scheidingsconstructie en de buitenruimte rond het gebouw;
  • gevelonderhoudsinstallatie: permanent werkplatform ten behoeve van personen, hangend aan kabels en verrijdbaar langs rails of andere geleiding;
  • glazen dak: vlak of hellend dak dat overwegend bestaat uit glas of daarmee vergelijkbaar transparant of semi-transparant materiaal, met inbegrip van in dat dak aanwezige dakdoorbrekingen, zoals ventilatiepijpen, ont- en beluchtingskanalen, rookgasafvoeren, vlucht- en ventilatieluiken;
  • glazen liftschacht: bouwkundige bekleding van de constructie, waarbinnen een liftkooi beweegt, gemaakt van glas of een vergelijkbaar (semi-)transparant materiaal;
  • glazenwasbalkon: permanent en vast aan gebouw aangebracht loopbordes voor het onderhouden van de gevel(s);
  • gondelinstallatie: zie gevelonderhoudsinstallatie;
  • hangbrug: zie (verrijdbare) hangbrug;
  • hefsteiger: tijdelijk werkplatform dat verticaal bewogen wordt langs een of meer masten; deze voorziening vergt een bruikbare gebouwgebonden opstelplaats;
  • hellend dak: scheidingsconstructie aan de bovenkant van een gebouw tussen de binnen ruimte van een gebouw en de omringende buitenruimte, onder een hoek van meer dan 15° ten opzichte van het horizontale vlak met inbegrip van de onder de term glazen dak genoemde dakdoorbrekingen;
  • hoogwerker: mobiele werkplek waarmee het mogelijk is om op hoogte te werken; deze voorziening vergt een bruikbare gebouwgebonden opstelplaats;
  • ladderconstructie: zie permanente trap of ladderconstructie;
  • mastinstallatie: op gebouwmaat gemaakte en verrijdbare mast, waarlangs een eenpersoons werkbak op en neer bewogen kan worden; wordt aan de boven- of onderzijde betreden;
  • onderhoud: in het kader van dit Toetsingskader en de Checklist wordt hieronder zowel het (periodiek) reinigen van gebouwdelen verstaan als het (incidenteel) uitvoeren van reparaties of vervanging;
  • ophangpunten voor werkplatforms: constructie op dakniveau, bedoeld voor de ophanging van een werkplatform;
  • permanente hangladder: op gebouwmaat gemaakte en verrijdbare hangladder voor één persoon voorzien van opklapbare werkplateaus, die aan de boven- of onderzijde betreden wordt;
  • permanente trap of ladderconstructie: toegangsweg in combinatie met integraal valbeveiligingssysteem;
  • permanent werkbordes: uitkragend deel van een vloer of een zelfstandig vloerniveau (al dan niet uitgevoerd als roostervloer o.d.) en voorzien van randbeveiliging;
  • plat dak: scheidingsconstructie aan de bovenkant van een gebouw tussen de binnenruimte van een gebouw en de omringende buitenruimte, onder een hoek van ten hoogste 15° ten opzichte van het horizontale vlak met inbegrip van de onder de term glazen dak genoemde dakdoorbrekingen;
  • robotinstallatie: volautomatische / bestuurbare reinigingsmachine, waarmee vlakke geveldelen kunnen worden gereinigd;
  • (rol)steiger: (verrijdbare) demontabele stelling; deze voorziening vergt een bruikbare gebouwgebonden opstelplaats;
  • safesit: verbeterde bootsmanstoel (afdaalapparaat) met een verankeringspunt en een hangkabel en één vangkabel.
  • trappenhuis: ruimte waarin een trap ligt;
  • (verrijdbare) hangbrug: tijdelijk werkplatform (dat kan worden opgebouwd uit losse modules) dat door middel van kabels opgehangen aan dakbalken (jukken) of dakwagen(s), al dan niet verrijdbaar langs rails of andere geleiding.

Samenhang met andere artikelen


Artikel 6.52 - Aansturingsartikel

toelichting

toelichting -

Lid 1

Een te bouwen gebouw is zodanig dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd.


Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften.


Artikel 6.53 - Veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud

Formulier toetsingskader veilig onderhoud 2012 - toelichting

Lid 1

Indien onderhoud niet veilig kan worden uitgevoerd zonder gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen, heeft een te bouwen gebouw daarvoor voldoende gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen.

protocol

Lid 2

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde.

protocol