© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.11 - Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het voorkomen dat onbevoegden te gemakkelijk in een woongebouw kunnen komen.

Bepalingsmethode


Terminologie & afkortingen

  • deurbel: een voorziening waarmee een bezoeker in een woning aan kan geven dat hij of zij aan de toegangsdeur staat van het woongebouw waarin die woning ligt;
  • deuropener: een voorziening waarmee een deur op afstand kan worden ontgrendeld, waarbij de schoot van het slot wordt ontgrendeld gedurende de periode dat door middel van elektrische stroom een elektromagneet wordt aangestuurd (arbeidsstroomprincipe); een deuropener kan worden uitgevoerd met een terugmeldschakelaar om te signaleren of de deur gesloten is;
  • sleutel: een middel waarmee een deurslot geopend kan worden (dit kan ook een magneetkaart of zelfs een irisscan zijn):
  • spreekinstallatie: een voorziening waarmee een bewoner vanuit zijn woning kan spreken met een persoon die aan de toegangsdeur staat van het woongebouw waarin de woning ligt;
  • zelfsluitend: een voorziening voor een constructieonderdeel, zoals een deur, een beweegbaar raam of een luik, die en/oor zorgt dat het desbetreffende constructieonderdeel na gebruik de opening weer afsluit.

Samenhang met andere artikelen


Artikel 6.50 - Aansturingsartikel

toelichting

toelichting -

Lid 1

Een woongebouw heeft zodanige voorzieningen dat veel voorkomende criminaliteit wordt voorkomen.


Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.


Artikel 6.51 - Voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw

toelichting

Lid 1

Een toegang van een te bouwen woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend.

protocol

Lid 2

Ten minste een toegang van een te bouwen woongebouw:

  • heeft aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een op die toegang aangewezen woonfunctie waarneembaar is;
  • heeft een spreekinstallatie die vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie kan worden bediend, en
  • kan vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie worden geopend.

protocol

Lid 3

Een afsluitbare toegang van een bestaand woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend.

protocol

Lid 4

Indien een woonfunctie in een bestaand woongebouw uitsluitend bereikbaar is via een afsluitbare gemeenschappelijke verkeersruimte, heeft ten minste een toegang van het woongebouw aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijke ruimte van die woonfunctie waarneembaar is.

protocol