© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 6.1 - Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw

Doel

Het veilig kunnen gebruiken en verlaten van een besloten ruimte en een wegtunnelbuis.

Bepalingsmethode

NEN 1010

Terminologie & afkortingen

  • elektriciteitsvoorziening: op een perceel gelegen voorziening voor elektriciteit die begint bij het aansluitpunt, waar het de stroom betrekt van het elektriciteitsnet;
  • hoog gebouw: gebouw waarin tussen ten minste één bovengronds gelegen gebruiksgebied en het meetniveau een hoogteverschil 2 70 m aanwezig is;
  • kunstverlichting: verlichting door middel van lampen die zijn aangesloten op de elektriciteitsvoorziening;
  • lift: een vast opgesteld werktuig in gebouwen of bouwwerken dat bepaalde stopplaatsen van een gebouw of bouwwerk bedient, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende leiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van personen (artikel 1, onder c, van het Warenwetbesluit liften);
  • noodverlichting: kunstverlichting die in werking treedt als de voedende spanning van de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de algemene kunstverlichting in de desbetreffende ruimte (overeenkomstig 56.7.5 van NEN 1010) beneden 70% van de nominale waarde is gedaald;
  • verlichtingssterkte: de hoeveelheid licht die per m² op een oppervlakte (in het Bouwbesluit 2012 is dit altijd de bovenkant van een vloer of van een traptrede) valt, uitgedrukt in lux, waarbij 1 lux = 1 lumen per m² (1 lm /m²) = 1 candela x sterradiaal per m² (cd·sr/m²).

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 6.6 - Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het ontvluchten bij brand.

Artikel 6.1 - Aansturingsartikel

tabel 6.1 - toelichting

tabel 6.1 - toelichting -

Lid 1

Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Lid 1

Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

protocol

Lid 2

Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

protocol

Lid 3

Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m² heeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

protocol

Lid 4

Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

protocol

Lid 5

Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

protocol

Lid 6

Een te bouwen wegtunnelbuis heeft een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt.

protocol

Artikel 6.2 - Verlichting

toelichting

Artikel 6.5 - Verduisterde ruimten

toelichting


Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is.

protocol

Lid 1

Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting.

protocol

Lid 2

Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, heeft noodverlichting.

protocol

Lid 3

Een besloten ruimte als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid, heeft noodverlichting.

protocol

Lid 4

Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting.

protocol

Lid 5

Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.

protocol

Artikel 6.3 - Noodverlichting

toelichting

Artikel 6.4 - Aansluiting op voorziening voor elektriciteit

toelichting


Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in de artikelen 6.2 en 6.3 is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 6.8.

protocol

Artikel 6.6 - Tijdelijke bouw


Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 6.3, vierde lid, van toepassing.

toelichting