© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 5.1 - Energiezuinigheid, nieuwbouw

Doel

Het beperken van het aandeel van het gebruik van fossiele brandstof, als gevolg van het warmteverlies door transmissie van de uitwendige scheidingsconstructie van een verwarmd gebouw.

Het zeker stellen dat de beperking van het gebruik van fossiele brandstof niet uitsluitend of in te grote mate afhankelijk wordt van installatietechnische maatregelen die meer onderhoudsgevoelig zijn en een kortere levensduur hebben.

Bepalingsmethode

NEN 1068, NEN 2686, NEN 7120, NVN 7125 en ISSO 75.1

Terminologie & afkortingen

  • afgifterendement: de verhouding tussen de door het systeem in een gebouw of deel daarvan afgegeven nuttige warmte ter dekking van de warmtebehoefte of nuttige koude ter dekking van de koelbehoefte en de in een bepaalde maand door het distributiesysteem afgegeven warmte of koelte; dit rendement wordt bepaald door:
    -  de verliezen in het afgiftedeel van het systeem, waaronder:
        -  de afgifteverliezen door scheidingsconstructies naar de buitenlucht;
        -  aangrenzende onverwarmde ruimten;
        -  aangrenzende onverwarmde serres; en
        -  aangrenzende sterk geventileerde ruimten;
    -  een niet op de vraag afgestelde regeling voor een woonfunctie; waaronder het ontbreken van individuele warmtekostenverdeling per woning of wooneenheid;
  • bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak (artikel 1, lid 1 van Bijlage ll van het Bor):
  • Bor: Besluit omgevingsrecht;
  • bouwschil: de geïntegreerde constructieonderdelen die de binnenruimte van een gebouw, waarvoor energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen, scheiden van de buitenwereld, gebaseerd op de definities van gebouw en bouwschil in artikel 2, lid 1, respectievelijk lid 7, van de herziene Richtlijn energieprestatie gebouwen (2010/31/EU), hieronder valt ook een thermisch ongeïsoleerde bouwmuur tussen ten behoeve van het verblijven van personen verwarmde gebruiksfuncties;
  • collectief circulatiesysteem: zie distributienet;
  • collectieve elektriciteitsvoorziening: collectieve opwekking, transport en distributie van elektriciteit in een gebied;
  • correctiefactor (CEPC;mn;U/W of CEPC;usi): correctiefactor van een EPCusi ten opzichte van een oudere EPCusi, die per gebruiksfunctie (usi) voor utiliteitsbouw (U) of voor woningbouw (W) een naar de gebruiksoppervlakte gewogen gemiddelde (mn) correctie geeft (in NEN 7120 is dit aangeduid als CEPC;mn;U/W en in NVN 7125 als CEPC;usi);
  • distributierendement: verhouding tussen de door het distributienet afgegeven warmte of koude en de door de opwekkingsinstallatie(s) aan het systeem afgegeven warmte of koude; dit rendement wordt per verwarmingssysteem of koelsysteem bepaald en, voor zover van toepassing, door de volgende verliezen:
    -  de warmte- of koudeverliezen van het distributiesysteem binnen het gebouw, inclusief de verliezen door het gelijktijdig verwarmen en koelen in een utiliteitsgebouw of deel daarvan;
    -  de warmte- of koudeverliezen van het distributiesysteem van de gebouwgebonden warmtelevering op afstand, buiten het gebouw, maar op het perceel;
    -  de warmte- of koudeverliezen van het distributiesysteem van externe warmtelevering buiten de perceelgrens;
  • energieprestatie van een gebouw (EPTot of EPTot;dei):
    -  E
    PTot volgens NEN 7120: berekende hoeveelheid totaal (tot) aan primaire energie (P) nodig om aan de jaarlijkse vraag te voldoen die verbonden is aan een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw en die
        onder andere de energie omvat, gebruikt voor verwarming, koeling, bevochtiging en ontvochtiging, ventilatie, warmtapwaterbereiding en verlichting;
    -  E
    PTot;dei volgens NVN 7125: EPTot volgens NEN 7120 inclusief energie-infrastructuur op gebiedsniveau volgens NVN 7125;
  • energieprestatiecoëfficiënt (EPCusi of EPCdei;usi):
    -   EPC
    usi volgens NEN 7120: de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van de gebruiksfunctie (usi), zijnde een maat voor de energetische eigenschappen van een gebruiksfunctie bij een bepaald gebruikersgedrag,
        berekend volgens formule 5.2 van NEN 7120, waarin onder andere de in de Regeling Bouwbesluit 2012 aangegeven grenswaarde wordt ingevoerd voor de voor de desbetreffende gebruiksfunctie van
        toepassing zijnde C
    EPC,mn;U/W (welke waarde is vermeld in tabel 5.1 van deze uitgave) waarin onder andere de voor de desbetreffende gebruiksfunctie van toepassing zijnde, in tabel 5.1 van deze uitgave
        vermelde waarde, wordt ingevoerd voor de C
    EPC;mn;U/W;
    -  EPC
    dei;usi volgens NVN 7125: EPCW volgens NEN 7120 inclusief energie-infrastructuur op gebiedsniveau volgens NVN 7125;
  • energieprestatie-eis (EP;adm;tot;nb): het totale (tot) toelaatbare jaarlijkse (adm) primaire (P) energiegebruik van een nieuw (nb) gebouw, dat wordt berekend volgens formule 5.3 van NEN 7120, waarin onder andere de in tabel 5.1 van deze uitgave vermelde waarden worden ingevoerd voor de EPCreg;nb;usi en de CEPC;mn;U/W's;
  • equivalente warmteweerstand (Req): warmteweerstand van een inwendige scheidingsconstructie waarin ook het positieve effect van een aangrenzende onverwarmde ruimte is verdisconteerd;
  • gebied: een groep van percelen (en openbare ruimte) dat functioneel, juridisch en organisatorisch is verbonden met een eigen collectieve energie-infrastructuur waarvan de effecten aan de gebouwen op dit terrein kunnen worden toegerekend;
  • gebouwschil: zie bouwschil;
  • grenswaarde energieprestatie (EPCreg;nb;usi): minimale energieprestatiecoëfficiënt (EPC) die voor een gebruiksfunctie (usi) volgens Bouwbesluit 2012 (reg) bij nieuwbouw (nb) ten minste moet worden aangehouden;
  • hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daan/an, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is (artikel 1, lid 1 van Bijlage ll van het Bor);
  • hulpenergie: energie voor ventilatoren, pompen en elektronica die nodig is voor de werking van gebouwgebonden apparatuur, zoals een verwarmingsketel of een warmtepomp (voorzover de hulpenergie niet in het rendement is verdisconteerd);
  • infiltratiestroom: gezamenlijke luchtvolumestroom door de ventilatievoorzieningen en door luchtlekken in de bouwschil verminderd met zijn waarde bij afwezigheid van gebouwlek en omvat dus zowel de luchtstroom door lekken in de bouwschil als een door luchtdoorlatendheid gegenereerd deel van de luchtstroom voor de ventilatievoorziening (ontleend aan NEN 8088-1);
  • ingrijpende renovatie: een verbouwing waarbij, bepaald volgens ISSO 75.1, de oppervlakte van de bouwschil voor meer dan 25% wordt vernieuwd, veranderd en vergroot en deze vernieuwing; verandering of vergroting de integrale bouwschil betreft;
  • karakteristieke energiegebruik (EpTot): de energieprestatie van een gebouw;
  • karakteristieke luchtvolumestroom (qv10;kar): de hoeveelheid lucht die bij een drukverschil van 10 Pa per seconde door de thermische schil van een gebouw gaat;
  • koelsysteem: technisch bouwsysteem met als doel het koelen van een ruimte binnen een gebouw of een gedeelte daarvan; door middel van het toevoeren van koude of het ontvochtigen van lucht of een combinatie van beide (dus zowel de opwekker, zoals een koudeopslag of koelmachine, de distributie, zoals de leidingen en de pomp, als de afgifte; zoals een inblaasrooster of koelleidingen in een wand of vloer);
  • luchtvolumestroom (qv10): karakteristieke luchtvolumestroom (qv10;kar) die wordt terug gerekend naar een netto-inhoud van 500 m³, als de binnen die thermische schil gelegen netto-inhoud > 500 ma is;
  • netto inhoud: de netto-inhoud van een binnen de bouwschil gelegen ruimte is het product van de hoogte en de vloeroppervlakte. Bij de vloeroppervlakte worden niet meegerekend:
    -  delen van vloeren, waarboven de netto-hoogte < 1,5 m is;
    -  een vrijstaande kolom of vrijstaande dragende wandschijf, als het grondvlak ≥ 0,5 m² is;
    -  een vrijstaande niet-toegankelijke leidingschacht, als het grondvlak ≥ 0,5 m² is;
    de hoogte wordt gemeten van bovenkant vloer tot onderkant plafond, tenzij de oppervlakte aan balken en kolomkoppen aan de onderzijde van het plafond meer is dan 10% van de oppervlakte; in dat geval wordt de onderzijde van het laagst gelegen constructieonderdeel aangehouden.
  • opwekkingsrendement: jaargebruiksrendement voor:
    -  warmte: op bovenwaarde van de gehele warmteopwekkingsinstallatie; eventueel inclusief stilstand- of stand-by-verliezen van de opwekkingstoestellen en inclusief de verliezen van eventueel aanwezige
        warmteopslag, maar zonder hulpenergie;
    -  koude: de gehele koudeopwekkingsinstallatie inclusief de verliezen van eventuele koudeopslag;
    -  elektriciteit;
    1/3,6 voor levering uit het openbare net (formule 5.14a van NEN 7120); 1/2,56 voor levering van op het eigen perceel of met toepassing van NVN 7125 binnen het gebied geproduceerde elektriciteit (tabel 5.4 van NEN 7120) en ½ voor exporteren van elektriciteit;
  • rendement: fractie van de toegevoerde hoeveelheid energie die door een toestel in bruikbare warmte, koude of elektriciteit wordt omgezet;
  • specifieke luchtdoorlatendheid (qv10;spec): op basis van gebouwkenmerken berekende waarde van de karakteristieke luchtvolumestroom (qv10;kar) gedeeld door de binnen de bouwschil gelegen gebruiksoppervlakte;
  • systeemrendement: verhouding tussen de door het technisch bouwsysteem nuttig geleverde energie voor het doelmatig functioneren van dat systeem en de door dat systeem aangewende primaire energie; hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen systeemrendement voor:
    -  een verwarmingssysteem;
    -  een warmtapwatersysteem; en
    -  een koelsysteem;
    bij een verwarmingssysteem en een koelsysteem is het systeemrendement (η
    sys) afhankelijk van:
    -  het opwekkingsrendement (η
    gen);
    -  het distributierendement (η
    dis);
    -  het afgifterendement (η
    em); en
    -  een correctie voor hulpenergie (η
    sys;cor);
    in formulevorm: η
    sys = ηgen x ηdis x ηem - ηsys;cor
    het systeemrendement van een warmtapwatersysteem is afhankelijk van:
    -  de netto warmtebehoefte aan warmtapwater in een maand (Q
    w;nd;mi);
    -  de hoeveelheid gebruikte energie ten behoeve van warmtapwater in een maand (E
    w;ci); en
    -  elektrische hulpenergie voor eventueel aanwezige circulatiepompen (W
    w;aux);
  • technisch bouwsysteem: gebouwgebonden samenstelling van alle bestanddelen van een installatie; waaronder de isolatiekenmerken daarvan; die is bedoeld voor het verwarmen, koelen, ventileren; of het voorzien van warmtapwater, of een combinatie daarvan, van een gebouw of een gedeelte daarvan
  • ventilatiesysteem: technisch bouwsysteem, geen onderdeel uitmakend van een verwarmingssysteem of koelsysteem; dat verse lucht toevoert of verontreinigde binnenlucht afvoert, of een combinatie daarvan;
  • verlichtingsschakeling of -regeling: systeem waarmee het aantal branduren of het opgenomen vermogen van kunstlicht kan worden geregeld ter reductie van het elektriciteitsverbruik (bij bijvoorbeeld een daglichtschakeling of -regeling wordt afhankelijk van de mate van daglicht het kunstlicht geheel of gedeeltelijk uitgeschakeld of gedimd);
  • verliesoppervlakte: de som van de oppervlakten van de thermische schil, gewogen naar het gemiddelde verschil tussen de binnentemperatuur en de buitentemperatuur;
  • warmtecapaciteit: de benodigde hoeveelheid warmte voor een temperatuurstijging van 1 °C (bij constante druk en constant volume) uitgedrukt in J/K, ofwel het product van de soortelijke warmte in J/(kg·K) en de massa in kg;
  • warmtedoorgangscoëfficiënt (U): de warmtestroom die per graad temperatuurverschil en per oppervlakte-eenheid in stationaire toestand door een gedeelte van de uitwendige scheidingsconstructie gaat, als:
    -  aan de buitenzijde de stralingstemperatuur gelijk is aan de luchttemperatuur (zoals bij een bewolkte nachtelijke hemel);
    -  de snelheid van de langs het buitenoppervlak strijkende lucht 4 m/s is; en
    -  de snelheid van de langs het binnenoppervlak strijkende lucht 0,2 m/s is;
  • warmteoverdrachtscoëfficiënt:
  • -  door transmissie: warmtestroom ten gevolge van warmtetransmissie door de thermische schil van een gebouw, gedeeld door het temperatuurverschil tussen de condities aan iedere zijde van de constructie;
        en
    -  door ventilatie: warmtestroom ten gevolge van de binnen de thermische schil van een gebouw binnenkomende lucht, hetzij door infiltratie of door ventilatie, gedeeld door het verschil tussen de
        binnentemperatuur en de temperatuur van de toegevoerde lucht;
  • warmteovergangscoëfficiënten (hse en hsi): een maat waarmee de isolatiewaarde van de buitenlucht (hse) en van de binnenlucht (hsi) in rekening wordt gebracht;
  • warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen;
  • warmteweerstand (Rc): de reciproque waarde van de warmtedoorgangscoëfficiënt (U) verminderd met de reciproque waarden van warmteovergangscoëfficiënten (hse+hsi) aan beide zijden van de uitwendige scheidingsconstructie;
  • zonnecollector: component van een zonne-energiesysteem, ontworpen om zonnestraling te absorberen en de aldus gewonnen warmte over te dragen aan een vloeistof;
  • zonnestroompaneel: component waarmee onder invloed van zonlicht elektriciteit kan worden opgewekt.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 3.5 - Wering van vocht
Het voorkomen dat de atmosfeer in een ruimte bestemd voor personen langdurig vochtig is met schimmelvorming als gevolg.

Afdeling 4.2 - Toiletruimte
Het voorzien in toiletmogelijkheden voor mensen die langer dan een uur aanwezig zijn.

Afdeling 4.3 - Badruimte, nieuwbouw
Het voorzien in wasgelegenheid voor mensen die overnachten.

Afdeling 5.2 - Milieu, nieuwbouw
Het inzichtelijk maken van de milieubelasting van het (ver)bouwen van woonfuncties en grotere kantoorgebouwen om later te komen tot grenswaarden.

Artikel 5.1 - Aansturingsartikel

tabel 5.1 - toelichting

Artikel 5.6 - Verbouw

toelichting

tabel 5.1 - toelichting -

Lid 1

Een te bouwen bouwwerk is energiezuinig.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Lid 3

Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.1 geen voorschrift is aangewezen.

Lid 1

Een gebruiksfunctie heeft een volgens NEN 7120 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt van ten hoogste de in tabel 5.1 aangegeven waarde. De in de tabel aangegeven waarde voor een gebruiksfunctie wordt tenminste om de vijf jaar getoetst, en zo mogelijk aangepast aan de technische ontwikkelingen.

protocol

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een energieprestatiecoëfficiënt geldt, een totaal volgens NEN 7120 bepaald karakteristiek energiegebruik dat niet hoger is dan het totale volgens NEN 7120 bepaalde toelaatbare energiegebruik. Bij het bepalen van het toelaatbare energiegebruik wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de in tabel 5.1 aangegeven waarde.

protocol

Lid 3

Indien bij toepassing van NEN 7120 gebruik wordt gemaakt van NVN 7125 dan is de waarde van de zonder NVN 7125 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt ten hoogste 1,33 maal de in tabel 5.1 aangegeven waarde.

protocol

Lid 4

Indien bij een gebruiksfunctie gebruik kan worden gemaakt van een energie-infrastructuur op gebiedsniveau als bedoeld in NVN 7125, dan zal bij de bepaling van de energieprestatiecoëfficiënt de technische, functionele en economische haalbaarheid in overweging worden genomen. De resultaten van deze overwegingen worden gedocumenteerd en beschikbaar gehouden voor controle.

protocol

Lid 5

Nieuwe gebouwen waarvan de overheid eigenaar is en waarin overheidinstanties zijn gevestigd zijn bijna energieneutraal. (Dit artikel treedt in werking per 1 januari 2019!)

protocol

Lid 6

Nieuwe gebouwen, anders dan de in het vijfde lid bedoelde gebouwen, zijn bijna energieneutraal. (Dit artikel treedt in werking per 31 december 2020!)

protocol

Lid 7

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het vierde tot en met zesde lid bepaalde.

protocol

Artikel 5.2 - Energieprestatiecoëfficiënt

toelichting

Lid 1

Een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde.

protocol

Lid 2

Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde.

protocol

Lid 3

Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde.

protocol

Lid 4

Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde.

protocol

Lid 5

Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een ruimte die niet wordt verwarmd of die wordt verwarmd voor uitsluitend een ander doel dan het verblijven van personen, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde.

protocol

Lid 6

Ramen, deuren en kozijnen in een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NEN 1068 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m².K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens een bij ministeriële regeling gegeven bepalingsmethode, ten hoogste 1,65 W/m².K.

protocol

Lid 7

Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NEN 1068 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m².K.

protocol

Lid 8

Het eerste tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies, waarvan de getalwaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie.

protocol

Artikel 5.3 - Thermische isolatie

toelichting

Lid 1

De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m³/s.

protocol

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m³/s.

protocol

Artikel 5.4 - Luchtvolumestroom

toelichting

Artikel 5.5 - Onverwarmde gebruiksfunctie

toelichting


Op een gebruiksfunctie die niet bestemd is om te worden verwarmd, of indien de verwarming uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen, zijn de artikelen 5.2 tot en met 5.4 niet van toepassing.

protocol

Lid 1

Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met vierde lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau voor zover dat niveau voor de warmteweerstand niet lager is dan 1,3 m².K/W.

protocol

Lid 2

In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,5 m².K/W voor een vloer, 1,3 m².K/W voor een gevel en 2,0 m².K/W voor een dak, bepaald volgens NEN 1068 en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m².K, bepaald volgens NEN 1068. Indien het rechtens verkregen niveau een betere energieprestatie heeft, dan geldt het rechtens verkregen niveau.

protocol

Lid 3

In afwijking van het eerste lid zijn op het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing, en zijn de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met vierde lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol

Lid 4

In afwijking van het eerste lid zijn op een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en zijn de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met vierde lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol

Lid 5

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de in het vierde lid bedoelde ingrijpende renovatie.

protocol

Artikel 5.7 - Tijdelijke bouw


Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 5.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij de warmteweerstand ten minste 1,3 m².K/W en de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m².K bedraagt.

toelichting