© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 2.5 - Trap

Doel

Waarborgen dat een trap die voor het overbruggen van hoogteverschillen aanwezig moet zijn of waarmee hetzelfde hoogteverschil kan worden overbrugd:
-  veilig begaanbaar is; en
-  bruikbaar is ter ontsluiting van een gebruiksfunctie, binnen een gebruiksfunctie en voor het aantal op de trap aangewezen personen.

Bepalingsmethode

NEN 2778

Terminologie & afkortingen

  • aantrede: een ter plaatse van de klimlijn loodrecht op de voorkant van een trede gemeten horizontale afstand tot de projectie van de voorkant van de volgende trede;
  • breedte van een trap: de breedte van de vrije doorgang over een trap voorzover die is gelegen boven de trap;
  • breedte van een tredevlak: de afstand loodrecht gemeten op de voorkant van een trede tot de achterkant van die trede;
  • hoogte van een trap: het hoogteverschil dat door een trap tussen twee vloeren of tussen het aansluitende terrein en een vloer wordt overbrugd;
  • klimlijn: een denkbeeldig vloeiend verlopende lijn die de voorkanten van de treden van een trap met elkaar verbindt en in het geval een vluchtroute over de trap voert, een deel van de loopafstand of lengte van die vluchtroute is;
  • looplijn: horizontale projectie van de klimlijn (geen Bouwbesluitterm);
  • noodtrap: een trap die uitsluitend is bestemd om een bouwwerk te ontvluchten;
  • optrede: het hoogteverschil tussen de bovenzijde van opeenvolgende treden;
  • regenwerend: een zodanige afscherming dat als het regent de vloer of de traptreden niet nat worden;
  • vrije doorgang over een trap: de breedte van een vlak door de voorkant van de treden van de trap (waarin ook de klimlijn ligt) waarboven zich de voorgeschreven vrije hoogte bevindt die nergens wordt belemmerd door een constructieonderdeel, met uitzondering van een leuning.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.3 - Afscheiding langs vloer, hellingbaan en trap
Bescherming tegen het vallen van een vloer, trap of hellingbaan.

Afdeling 2.4 - Overbrugging van hoogteverschillen
Wanneer moet een hoogteverschil worden overbrugd met een vaste voorziening.

Afdeling 2.6 - Hellingbaan
Een hellingbaan dient veilig begaanbaar en integraal bruikbaar te zijn.

Lid 1

Een te bouwen trap die een hoogteverschil als bedoeld in artikel 2.27 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.32 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Artikel 2.32 - Aansturingsartikel

Artikel 2.33 - Afmetingen trap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      toelichting

Lid 1

Een trap als bedoeld in artikel 2.27, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.33.

protocol

Lid 2

Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 meter.

protocol

Artikel 2.34 - Trapbordes


Een trap als bedoeld in artikel 2.27, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m.

protocol

Artikel 2.35 - Leuning


Een trap als bedoeld in artikel 2.27 voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m.

protocol


Artikel 2.36 - Regenwerend


Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m, is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit geldt niet voor een trap die uitsluitend bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten

protocol

Artikel 2.37 - Verbouw


Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.33 tot en met 2.36 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol

tabel 2.32 - toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

tabel 2.32 - toelichting -

Lid 1

Een bestaande trap in een vluchtroute die een hoogteverschil als bedoeld in artikel 2.31 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf.

Artikel 2.38 - Aansturingsartikel

toelichting

Artikel 2.39 - Afmetingen trap


Een trap als bedoeld in artikel 2.31, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.39.

toelichting

Artikel 2.40 - Trapbordes


Een trap als bedoeld in artikel 2.31, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

toelichting

Artikel 2.41 - Leuning


Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.

toelichting