© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 2.15 - Inbraakwerendheid, nieuwbouw

Doel

Het inbreken in een woning door een gelegenheidsinbreker bemoeilijken.

Bepalingsmethode

NEN 5087 en NEN 5096

Terminologie & afkortingen

  • inbraakwerendheid: het vermogen om weerstand te bieden tegen aanvallen die bedoeld zijn om zich met geweld toegang te verschaffen tot een ruimte;
  • weerstandsklasse (van inbraakwerendheid): klasse waarin een deur, raam (inclusief kozijn) of daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel wordt ingedeeld op grond van de inbraakwerendheid daarvan;
  • werkvlak: vlak waarop een inbreker kan staan of doorklimmen, waaronder begrepen:
    -  het aan een woning aansluitende terrein;
    -  een met een trap bereikbare vloer van een woning;
    -  de vloer van de gemeenschappelijke verkeersruimte van een woongebouw;
    -  de vloer van een aan een woning grenzende andere gebruiksfunctie;
    -  constructieonderdeel met een oppervlak ≥ 0,4 m x 0,4 m met een hellingshoek ≤ 50° (ten opzichte van het horizontale vlak) en in staat om een gewicht van 50 kg te dragen (op een oppervlakte van 0,4 m x
        0,4 m).

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 6.6 - Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het ontvluchten bij brand.

Lid 1

Een te bouwen woonfunctie, niet zijnde een woonwagen, biedt weerstand tegen inbraak.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.

Artikel 2.129 - Aansturingsartikel

Artikel 2.130 - Reikwijdte

toelichting

toelichting

toelichting -

Artikel 2.131 - Verbouw

toelichting


Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2.

protocol



Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie niet zijnde een woonwagen is artikel 2.130 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol