© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 2.13 - Hulpverlening bij brand

Doel

De kans dat een gebruiker van een bouwwerk bij brand niet op eigen kracht een veilige plaats kan bereiken tot een aanvaardbaar minimum beperken.

Bepalingsmethode


Terminologie & afkortingen

  • brandweerlift: een lift, in de eerste plaats geïnstalleerd voor regulier gebruik, die om ook geschikt te zijn voor gebruik onder directe leiding van de brandweer beschikt over:
    -  een aanvullende bescherming;
    -  een aanvullende bediening;
    -  een aanvullende signalering;
  • brandwerende lobby: zie extra beschermde hal;
  • extra beschermde hal (geen officieel begrip): hal voor de toegang van een brandweerlift waardoor een extra beschermde vluchtroute voert (dus niet in een brandcompartiment ligt) en waarvandaan de hoger gelegen toegang van een brandweerlift kan worden bereikt, via ruimten (doorgaans het trappenhuis en de hoger gelegen extra beschermde hal) waardoor een extra beschermde vluchtroute voert;
  • hulppost: in een wegtunnel aangebrachte kleine ruimte (doorgaans een nis in de tunnelwand) voorzien van blusmiddelen, een communicatievoorziening en een stroomvoorziening;
  • lift: lift als bedoeld in artikel 1 van het Warenwetbesluit liften bestemd voor personen;
  • loopafstand: loopafstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van constructieonderdelen kan worden gelopen en waarbij de loopafstand over een trap samenvalt met de klimlijn;
  • sleutel: een middel waarmee een deurslot geopend kan worden (dit kan ook een magneetkaart of zelfs een irisscan zijn);
  • tegen brand beschermde hal: zie extra beschermde hal;
  • wegtunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.10 - Beperking van uitbreiding van brand
Bij een eventuele brand de kans tot ernstige gevolgen tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Afdeling 2.12 - Vluchtroutes
Vluchten vanuit een ruimte waarvan het kenmerkende gebruik is verbonden met de aanwezigheid van personen.

Afdeling 3.6 - Luchtverversing
De aanwezigheid van een voorziening die de kwaliteit van de binnenlucht (voor het beoogde gebruik) voldoende waarborgt.

Afdeling 4.4 - Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw
Het voldoende bereikbaar en (integraal) toegankelijk zijn van ruimten in een gebouw.

Afdeling 6.7 - Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw
Het aanwezig zijn van voorzieningen om de brand te bestrijden.

Afdeling 6.8 - Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw
Bereikbaarheid door hulpverleningsdiensten.

Lid 1

Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.119 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Artikel 2.119 - Aansturingsartikel

Artikel 2.120 - Brandweerlift

Lid 1

Vanaf een lifttoegang van een brandweerlift is vanaf een verdieping de lifttoegang op de verdieping daarboven bereikbaar via een extra beschermde vluchtroute.

protocol

Lid 2

Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde extra beschermde vluchtroute voor zover die voert door een ruimte die direct grenst aan de lifttoegang.

protocol

Artikel 2.121 - Loopafstand

Lid 1

De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m.

protocol

Lid 2

De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m.

protocol

Artikel 2.122 - Hulppost


Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

protocol

Artikel 2.123 - Verbouw

tabel 2.119 - toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

tabel 2.119 - toelichting -


Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol


Artikel 2.124 - Tijdelijke bouw


Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van toepassing.


toelichting

Artikel 2.126 - Hulppost


Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

toelichting

Artikel 2.125 - Aansturingsartikel

Lid 1

Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf.

toelichting