© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 2.11 - Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van
                              verspreiding van rook

Doel

Bij een eventuele brand de kans tot een minimum beperken dat:
-  een speciale vluchtroute die door een besloten ruimte voert, onbruikbaar wordt vanwege het binnendringen van rook uit een aangrenzende besloten ruimte; en
-  iemand die tijdens een brand ligt te slapen niet meer kan ontkomen of kan worden gered.

Bepalingsmethode

NEN 6068 en NEN 6075.

Terminologie & afkortingen

  • beschermde route (bestaande bouw): buiten het subbrandcompartiment waar de vluchtroute begint gelegen gedeelte van een vluchtroute;
  • beschermd subbrandcompartiment: gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een subbrandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, dat meer bescherming biedt tegen brand en rook dan een subbrandcompartiment (een beschermd subbrandcompartiment is vooral bedoeld voor extra veiligheid van slapende personen);
  • permanente bewaking: bewaking die erop is gericht om bij brand de patiënten in een gezondheidszorgfunctie in veiligheid te brengen en die wordt uitgevoerd door de op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving verplichte bedrijfshulpverlening (BHV), waarbij rekening is gehouden met:
    -  het op elk tijdstip (dus ook in de nacht) aanwezig zijn van voldoende voor dit doel getraind BHV-personeel, om na het in werking gaan van de brandmeldinstallatie (BMI) tijdig de brand te bereiken;
    -  de kwaliteit van opleiding en oefening van het BHV-personeel;
    -  de plaats waar de brand op kan treden;
    -  het aantal personen dat moet worden verplaatst en de wijze waarop (bijvoorbeeld met bed en al, door plaatsing in een rolstoel, of door tillen);
    -  de afstanden tot de uitgang(en) van het brandcompartiment; en
    -  de logistiek van de ontruiming;
  • rookverspreidingstraject: één van de trajecten, niet voerend door de buitenlucht, waarlangs rook na een bepaalde tijd (mits voldoende brandstof en zuurstof aanwezig is) van de brandruimte in de te beschermen ruimte kan komen;
  • subbrandcompartiment: een gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand;
  • vluchtroute: route die begint in een voor personen bestemde ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift;
  • weerstand tegen rookdoorgang (bestaande bouw): de tijd dat onder standaard omstandigheden de scheidingsconstructies tussen twee bestaande ruimten weerstand bieden aan de rookverspreiding tussen die ruimten; de weerstand tegen rookdoorgang wordt bepaald door de rookwerendheid van elke scheidingsconstructie die in het maatgevende rookverspreidingstraject ligt, te bepalen en deze waarden te sommeren; de rookwerendheid van een constructieonderdeel is in NEN 6075 gelijk gesteld aan 1,5 keer de brandwerendheid voor het criterium vlamdichtheid (E); dit komt erop neer dat voor een weerstand tegen rookdoorgang van 20 minuten een weerstand tegen branddoorslag (WBD) ≥ 13,4 minuten voor het criterium vlamdichtheid (E) aanwezig moet zijn;
  • wegtunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.2 - Sterkte bij brand
Een bouwconstructie dient bij een brand, die zich in een brandfase bevindt, bestand te zijn tegen de krachten die erop werken.

Afdeling 2.8 - Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie
De kans dat brand kan ontstaan, beperken tot een aanvaardbaar risico.

Afdeling 2.12 - Vluchtroutes
Vluchten vanuit een ruimte waarvan het kenmerkende gebruik is verbonden met de aanwezigheid van personen.

Lid 1

Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan is beoogd met paragraaf 2.10.1 en dat veilig kan worden gevlucht.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.91 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften.

Artikel 2.91 - Aansturingsartikel

Artikel 2.92 - Ligging

Lid 1

Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of verkeersruimten waardoor een beschermde vluchtroute voert.

protocol

Lid 2

Een beschermde vluchtroute ligt niet in een subbrandcompartiment.

protocol

Lid 3

In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen indien:

  • constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die artikel 2.67 stelt aan constructieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, en
  • aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert.

protocol

Lid 4

Een verblijfsgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Lid 5

Een bedgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Lid 6

Een cel ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Lid 7

Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Artikel 2.93 - Omvang

Lid 1

Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de in tabel 2.91 aangegeven waarde.

protocol

Lid 2

In afwijking van het eerste lid is een gezamenlijke verblijfsruimte een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m².

protocol

Lid 3

Een beschermd subbrandcompartiment omvat niet meer dan een gebruiksfunctie en nevenfuncties van die gebruiksfunctie.

protocol

Lid 4

Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Lid 5

Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m².

protocol

Lid 6

Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m² zonder bewaking en ten hoogste 500 m² bij permanente bewaking.

protocol

Lid 7

Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

protocol

Lid 8

Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment.

protocol

Artikel 2.94 - Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag en rookdoorgang

Lid 1

De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag van een subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van een scheidingsconstructie uitsluitend rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid met betrekking op de afdichting.

protocol

Lid 2

De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in een brandcompartiment is ten minste 30 minuten.

protocol

Lid 3

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de rookdoorgang van een subbrandcompartiment en van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte.

protocol

Artikel 2.95 - Verbouw


Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.92 tot en met 2.94 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

protocol


tabel 2.91 - toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

tabel 2.91 - tabel 2.97 - toelichting -

Artikel 2.96 - Tijdelijke bouw


Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.94, eerste en derde lid van toepassing.


toelichting

Artikel 2.98 - Ligging

Lid 1

Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of ruimten waardoor een beschermde route voert.

Lid 2

Een beschermde route ligt niet in het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint.

Lid 3

In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen indien:

  • constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die artikel 2.76 stelt aan constructieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde route voert, en
  • aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde route voert.

Lid 4

Een verblijfsruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

Lid 5

Een bedruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

Lid 6

Een cel ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

Lid 7

Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

toelichting

Artikel 2.99 - Omvang

Lid 1

Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de in tabel 2.97 aangegeven waarde.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met uitsluitend gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m².

Lid 3

Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

Lid 4

Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m².

Lid 5

Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vierde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m² zonder bewaking en ten hoogste 1000 m² bij permanente bewaking.

Lid 6

Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

Lid 7

Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment.

toelichting

Artikel 2.97 - Aansturingsartikel

Lid 1

Een bestaand bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan in paragraaf 2.10.2 en dat veilig kan worden gevlucht.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.97 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

tabel 2.97 - toelichting

Artikel 2.100 - Weerstand tegen rookdoorgang of branddoorslag en brandoverslag

Lid 1

De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten.

Lid 2

De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in artikel 2.99 naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten.

Lid 3

Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als bedoeld in het tweede lid blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 m² bij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing.

toelichting

Paragraaf 2.11.1