© 2013 - 2015  Buro BOV | softwareontwikkeling

home - vorige - volgende

home - vorige - volgende

Afdeling 2.1 - Algemene sterkte van de bouwconstructie

Doel

Waarborgen dat een bouwconstructie bij nieuwbouw gedurende de ontwerplevensduur en bij bestaande bouw gedurende de restlevensduur bestand is tegen de krachten die daarop werken. Dit betekent dat gedurende de levensduur waarmee wordt gerekend (dus niet de werkelijke levensduur) de berekende kans op bezwijken van een bouwconstructie aanvaardbaar klein moet zijn.

Bepalingsmethode

NEN-EN 1990, NEN-EN 1991, NEN-EN 1992, NEN-EN 1993, NEN-EN 1994, NEN-EN 1995, NEN-EN 1996, NEN-EN 1999, NEN 2608, NEN 6707 en NEN 8700

Terminologie & afkortingen

  • basisreferentieperiode: referentieperiode die hoort bij de ontwerplevensduur van een nieuw bouwplan (meestal 50 jaar);
  • belasting (F): met onderscheid tussen:
    -  rechtstreekse belasting: stelsel van krachten werkend op een bouwconstructie;
    -  niet-rechtstreekse belasting: stelsel van opgelegde vervormingen of versnellingen, veroorzaakt door bijvoorbeeld temperatuurveranderingen, vochtigheidschommelingen, ongelijke zettingen of
       aardbevingen;
  • belastingscombinaties: samenstel van rekenwaarden gebruikt voor de toetsing van de constructieve betrouwbaarheid bij een grenstoestand waarbij verscheidene belastingen gelijktijdig werken;
  • betrouwbaarheidsindex (β): maat voor de kans dat een grenstoestand wordt overschreden gedurende de referentieperiode van een bouwconstructie, waarvoor in bijlage B van NEN-EN 1990 grenswaarden zijn gegeven;
  • blijvende belasting (G): belasting die naar alle waarschijnlijkheid werkzaam is gedurende een gegeven referentieperiode en waarvan de variatie van haar grootte in de tijd verwaarloosbaar is, of waarvoor de variatie altijd een kant op gaat (gelijkmatig) totdat de belasting een zekere grenswaarde bereikt;
  • bouwconstructie: constructieonderdeel dat is bestemd om belastingen te dragen (in de Eurocodes wordt in plaats van het begrip ‘bouwconstructie’ het begrip constructief element gebruikt);
  • buitengewone belasting (A): belasting, gewoonlijk van korte duur maar van aanmerkelijke grootte, waarvan de kans van optreden tijdens de ontwerplevensduur (en de restlevensduur) van de constructie gering is;
  • buitengewone belastingscombinaties: belastingscombinaties waarbij de volgende belastingen in rekening moeten worden gebracht:
    -  blijvende belastingen (G);
    -  voorspankrachten (P);
    -  buitengewone belastingen (A);
    -  veranderlijke belastingen (Q);
  • constructief element: fysisch goed te onderscheiden deel van een constructie, bijvoorbeeld een kolom, een balk/ligger, een plaat of een funderingspaal;
  • Eurocodes: Europese normen (NEN EN 1990 tot en met NEN-EN 1999) voor het toetsen van de constructieve veiligheid van alle mogelijke nieuwe bouwconstructies inclusief de Nationale bijlagen;
  • fundamentele belastingscombinaties: belastingscombinaties waarbij de volgende belastingen in rekening moeten worden gebracht:
    -  blijvende belastingen (G);
    -  voorspankrachten (P);
    -  veranderlijke belastingen (Q);
  • gevolgklasse: klasse waarmee onderscheid wordt gemaakt voor de omvang van de gevolgen ten aanzien van:
    -  het verlies van mensenlevens (in termen van: groot, middelmatig, gering of geen); of
    -  economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving (in termen van: zeer groot, aanzienlijk, gering of verwaarloosbaar);
  • karakteristieke waarde belasting (Fk): belangrijkste representatieve waarde van een belasting (voor zover een karakteristieke waarde kan worden vastgelegd op statistische gronden, wordt zij gekozen in overeenstemming met een voorgeschreven kans om niet te worden overschreden naar de ongunstige kant gedurende een referentieperiode, rekening houdend met de ontwerplevensduur van de constructie en de tijdsperiode van de ontwerpsituatie);
  • Nationale Bijlage (NB): document behorende bij een normblad (NEN-EN) dat deel uitmaakt van de Eurocodes, waarin voor Nederland:
    -  de keuzes zijn vastgelegd van de gegeven mogelijkheden uit het normblad;
    -  de geldende waarden voor de nationaal bepaalde parameters zijn vastgelegd;
    -  aanvullende teksten zijn opgenomen die niet strijdig zijn met het normblad, dit kunnen normteksten zijn, maar ook informatieve teksten (bijvoorbeeld opmerkingen, toelichtingen); en
    -  de status (normatief of informatief) is vastgelegd van de informatieve bijlagen die deel uitmaken van het normblad;
  • niet-dragende wand: een inwendige scheidingsconstructie die geen bouwconstructie is;
  • onderhoud: reeks van werkzaamheden uitgevoerd tijdens de levensduur van de bouwconstructie om deze in staat te stellen aan de sterkte-eisen te blijven voldoen;
  • ontwerplevensduur: veronderstelde periode gedurende welke een constructie of een deel ervan te gebruiken is voor het doel als beoogd, met inbegrip van het voorziene onderhoud, maar zonder dat ingrijpend herstel nodig is;
  • partiële factoren: factoren waarmee bij een berekening van een bouwconstructie de onzekerheden in rekening worden gebracht van:
    -  de belastingen (A = Action);
    -  de materiaalsterkte (M = Material); en
    -  de weerstand (R = Resistance);
  • probalistische methode: berekeningswijze van een bouwconstructie waarbij uit wordt gegaan van een risicoanalyse (gebaseerd op zekerheden, metingen, schattingen, kansen, gemiddelden en spreidingen);
  • referentieperiode: gekozen tijdsperiode die wordt gebruikt als grondslag voor statistische waardebepaling van veranderlijke belastingen en eventueel voor buitengewone belastingen (veelal kunnen de ontwerplevensduur en de referentieperiode gelijk worden gehouden; in de situatie dat sprake is van een beperkte ontwerplevensduur, zoals bij bestaande bouw, tijdelijke bouw en verbouw, is een langere referentieperiode nodig voor niet-ondergeschikte bouwwerken; dit is gedaan om niet goed uit te leggen waarden van belastingsfactoren te voorkomen;
  • rekenwaarde van de belasting (Fd): waarde verkregen door vermenigvuldiging van de representatieve waarde met de partiële factor Yf (die de mogelijkheid van ongunstige afwijkingen van de waarden van de belasting ten opzichte van de representatieve waarde in aanmerking neemt);
  • representatieve waarde van de belasting (Frep): waarde gebruikt voor de toetsing van een grenstoestand; de representatieve waarde kan de karakteristieke waarde (Fk) of een gelijkwaardige waarde (ψ·Fk) zijn; in formulevorm: Fd = Yf · Frep = Yf · ψFk, waarin:
    -  Fd = de rekenwaarde van de belasting;
    -  Yt = de partiële belastingfactor, die de mogelijkheid van ongunstige afwijkingen van de waarden van de belasting ten opzichte van de representatieve waarde in aanmerking neemt;
    -  Frep = de representatieve waarde van de belasting;
    -  ψ = 1,00 of ψ0, ψ1, ψ2;
                           -  ψ0 =  factor in verband met combinatiewaarde van een veranderlijke belasting (ψ0 ≤ 1);
                           -  ψ1 =  factor in verband met frequente waarde van een veranderlijke belasting (ψ1 ≤ 1);
                           -  ψ2 =  factor in verband met quasi-blijvende waarde van een veranderlijke belasting (ψ2 ≤ 1);
  • restlevensduur: veronderstelde periode gedurende welke een bestaande of verbouwde bouwconstructie of een deel daarvan is te gebruiken voor het beoogde doel (de restlevensduur hoeft niet gelijk te zijn aan de referentieperiode; de verschillen hangen primair samen met de eisen aangaande de menselijke veiligheid);
  • stootbelasting: het dynamische effect op een constructie van een krachtig maar kortstondig contact met een bewegend lichaam (dat in een aantal situaties mag worden vervangen door een quasi statische belasting);
  • uiterste grenstoestanden: toestanden samengaand met instortingen of met andere soortgelijke vormen van constructief bezwijken;
  • veranderlijke belasting (Q): belasting waarvan de variatie in grootte in de tijd niet verwaarloosbaar is, noch gelijkmatig.

Samenhang met andere artikelen

Afdeling 2.2 - Sterkte bij brand
Een bouwconstructie dient bij een brand, die zich in een brandfase bevindt, bestand te zijn tegen de krachten die erop werken.

Lid 1

Een te bouwen bouwwerk is voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Artikel 2.1 - Aansturingsartikel

Artikel 2.2 - Fundamentele belastingscombinaties


Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990.

protocol

Artikel 2.3 - Buitengewone belastingscombinaties

Lid 1

Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990, als dit leidt tot het bezwijken van een andere bouwconstructie die niet in de directe nabijheid ligt van die bouwconstructie. Daarbij wordt uitgegaan van de bekende buitengewone belastingen als bedoeld in NEN-EN 1991.

protocol


Lid 2

Een dak of een vloerafscheiding bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990. Daarbij wordt uitgegaan van stootbelastingen als bedoeld in NEN-EN 1991.

protocol


Artikel 2.4 - Bepalingsmethode

Lid 1

Het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 wordt bepaald volgens:

  • NEN-EN 1999 of NEN-EN 1993, indien de constructie is vervaardigd van metaal als bedoeld in die normen;
  • NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, indien de constructie is vervaardigd van steenachtig materiaal als bedoeld in die normen;
  • NEN-EN 1994, indien de constructie is vervaardigd van staal-beton als bedoeld in die norm;
  • NEN-EN 1995, indien de constructie is vervaardigd van hout als bedoeld in die norm;
  • NEN 2608, indien de constructie is vervaardigd van glas als bedoeld in die norm, of
  • NEN 6707, indien de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is vervaardigd van materiaal als bedoeld in die norm.

protocol

Lid 2

Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan aangegeven in het eerste lid, wordt het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 bepaald volgens NEN-EN 1990.

protocol

Lid 3

Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen gebruiksfunctie kan bij het bepalen van het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 rekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort.

protocol

Artikel 2.5 - Verbouw


Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau zoals aangegeven in NEN 8700.

protocol


tabel 2.1 - toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

toelichting

tabel 2.1 - tabel 2.6 - toelichting -

Lid 1

Een bestaand bouwwerk is die gedurende de restlevensduur voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten.

Lid 2

Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Artikel 2.6 - Aansturingsartikel

tabel 2.6 - toelichting

Artikel 2.8 - Uiterste grenstoestand

Lid 1

Het niet bezwijken als bedoeld in artikel 2.7 wordt bepaald volgens NEN 8700.

Lid 2

Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen woonfunctie of logiesfunctie kan het bepalen van het niet bezwijken als bedoeld in artikel 2.7 rekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort.

toelichting

Artikel 2.7 - Fundamentele belastingscombinaties


Een bouwconstructie bezwijkt niet gedurende de in NEN 8700 bedoelde restlevensduur bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN 8700.

toelichting

Artikel 2.5a - Tijdelijke bouw

Lid 1

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevens-duur van 5 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 en 2.4 van overeenkomstige toepassing.

protocol

Lid 2

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevens-duur van 15 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing.

protocol

toelichting

Artikel 2.5b - Aardbevingen


In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a kunnen met betrekking tot de belastingen op bouwwerken door aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven.

protocol


toelichting