Artikel 8.4 - Geluidhinder

Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden kan lawaai worden veroorzaakt en daardoor hinder ontstaan voor de omgeving. Tot op zekere hoogte mag van de omgeving worden verwacht dat deze tijdelijke hinder wordt geduld.

In het eerste lid is het uitgangspunt dat bouw- en sloopwerkzaamheden waarbij het geluidsniveau op enig moment hoger is dan 60 dB(A) in principe moeten worden uitgevoerd op werkdagen tussen 7:00 uur ’s ochtends en 7:00 uur ’s avonds. Wanneer de werkzaamheden binnen de toegelaten periode plaatsvinden mag het geluidsniveau van 60 dB(A) worden overschreden. In tabel 8.4 is aangegeven hoe groot het geluidsniveau dan mag zijn. Daarbij wordt gerekend met een maximale blootstellingsduur in dagen dat de in de tabel opgenomen dagwaarde is bereikt. Zie artikel 1.1, eerste lid, voor de definitie van het begrip «dagwaarde». De dagwaarde wordt bepaald overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai. Deze handleiding is beschikbaar via de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (www.rijksoverheid.nl).

Uit de tabel volgt dat naarmate de bouw- en sloopwerkzaamheden meer geluid veroorzaken, het aantal dagen afneemt waarop die werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Voor activiteiten die een dagwaarde veroorzaken van meer dan 60 dB(A) zijn ten hoogste 50 dagen beschikbaar, waarvan maximaal 30 dagen de dagwaarde hoger dan 65 dB(A) mag zijn. Van deze 30 dagen mag de dagwaarde maximaal 15 dagen hoger zijn dan 70 dB(A). De waarde mag maximaal 5 dagen tussen 75 en 80 dB(A) bedragen. Een dagwaarde boven 80 dB(A) is niet toegestaan. Het in het eerste lid bedoelde geluidsniveau wordt berekend "op de gevel". Dit is in overeenstemming met de Circulaire bouwlawaai 2010 [Stb. 2011, 676]

Tabel 8.4

dagwaarde

<= 60 dB(A)

> 60 dB(A)

> 65 dB(A)

> 70 dB(A)

> 75 - <= 80 dB(A)

maximale blootstellingsduur

onbeperkt

50 dagen

30 dagen

15 dagen

5 dagen

 

Op grond van het tweede lid kan het bevoegd gezag ontheffing verlenen van het eerste lid. Dit kan zowel betekenen dat een (tijdelijke) ontheffing van de maximale dagwaarde wordt verleend als wel dat ontheffing wordt verleend van de verplichting om uitsluitend te slopen en te bouwen op werkdagen tussen 7:00 uur en 19:00 uur. Bij een ontheffing waarbij op werkdagen tussen 19:00 uur en 7:00 uur of op zaterdag, zondag of feestdagen mag worden gewerkt moet de bouwer of sloper altijd gebruik maken van de akoestisch gezien best beschikbare stille technieken en de meest gunstige werkwijze. Met ontheffing kan dus ook gebruik worden gemaakt van toestellen en installaties die dag en nacht in bedrijf zijn, zoals grondwaterpompen. De meest gunstige werkwijze betekent bijvoorbeeld ook dat bij de uitvoering van de werkzaamheden een bepaalde indeling van het terrein moet worden aangehouden, of een gunstige bouw- of sloopvolgorde gehanteerd, met als doel de geluidsoverlast voor de omgeving zoveel mogelijk te vermijden.

Zie ook de Circulaire bouwlawaai 2010, waarin aanbevelingen worden gedaan ter voorkoming en vermindering van bouw- en slooplawaai (www.rijksoverheid.nl). Voor werkzaamheden met een dagwaarde van ten hoogste 60 dB(A) is ongeacht het tijdstip van de werkzaamheden dus nooit een ontheffing nodig. Er moet ook in dergelijke gevallen uiteraard rekening worden gehouden met het burenrecht.

Aan artikel 8.4 is onder vernummering een nieuw derde lid tussengevoegd, op grond waarvan zonder ontheffing kan worden overgegaan tot het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden [Stb. 2013, 75].

Hiervoor is het nodig dat de gemeente in kwestie beleidsregels als bedoeld in artikel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld met betrekking tot het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. In deze beleidsregels kan worden afgeweken van de in de tabel voor het eerste lid opgenomen waarden. Hierbij wordt opgemerkt dat het wat betreft de dagwaarden en blootstellingsduur uiteraard niet is toegestaan dat de gemeente in deze beleidsregels zwaardere eisen opneemt dan de in tabel genoemde waarden. Er wordt daarbij op gewezen dat ook bij toepassing van deze beleidsregels gebruik moet worden gemaakt van de akoestisch bezien best beschikbare stille technieken en de meest gunstige werkwijze. De gemeente kan in de beleidsregels natuurlijk wel aangeven wanneer daarvan sprake is. Als men gebruik van de mogelijkheid van het derde lid wil maken moeten de werkzaamheden dus binnen de randvoorwaarden van de beleidsregels worden uitgevoerd en moet degene die de werkzaamheden gaat uitvoeren het voornemen daartoe ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de werkzaamheden aan de gemeente melden. Indien het moment van feitelijke aanvang overeenstemt met de opgave daarvan in de eventuele sloopmelding of de vergunning voor het bouwen kan de afzonderlijke mededeling twee werkdagen voor de aanvang van de werkzaamheden achterwege blijven. Met dit nieuwe lid wordt het mogelijk de voor de invoering van het Bouwbesluit 2012 bestaande gemeentelijke praktijk voort te zetten, en onnodige verzwaring van regeldruk voorkomen. Zie ook de toelichting op artikel 1.26.

Het vierde lid bepaalt dat de in de tabel opgenomen dagwaarden gelden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. Geluidsgevoelige gebouwen zijn zowel woningen als gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidgevoelige gebouwen. Hieronder vallen onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en medische kinderdagverblijven. Voor het begrip «geluidgevoelige terreinen» is eveneens verwezen naar de Wet geluidhinder.